Eurowat?

Het Eurovisie Songfestival (in Vlaanderen meer bekend onder de naam ‘het Songfestival’) is een jaarlijkse wedstrijd waaraan verschillende landen uit Europa en zelfs daarbuiten deelnemen, met allen de bedoeling de winnaar te worden en beter te zijn dan de andere liedjes. Samengevat in 10 punten is dit een cursus 'Songfestival voor beginners'


Begin jaren ’50 twintigste eeuw. Terwijl Europa nog steeds z’n wonden likte na WOII werd in het Zwitserse Genève, de hoofdstoel van de pas opgerichte European Broadcasting Union, een comité opgericht met als doel de EBU-landen dichter bij elkaar te brengen in een zogenaamd ‘light entertainment’-programma. Tijdens een bijeenkomst van dit comité in Monaco in januari 1955 komt de directeur-generaal van de Zwitserse televisie Marcel Bezençon met het idee op de proppen een internationale muziekwedstrijd te houden waar landen in één televisieuitzending die tegelijk overal zou worden uitgezonden het tegen elkaar gingen opnemen met liedjes. Bezençon had dit afgekeken van het San Remo Muziekfestival, dat sinds 1951 liep op de Italiaanse televisie. Op de EBU-vergadering van 19 oktober 1955 in Rome werd het idee goedgekeurd, en het werd beslist dat de eerste wedstrijd zou plaatsvinden in het Zwitserse Lugano ergens in de lente van 1956. En zo geschiedde. Op donderdag 24 mei 1956 presenteerde Lohengrin Filipello in het Italiaans de eerste wedstrijd. Zeven landen namen deel. Op startvolgorde: Nederland, Zwitserland, België, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg en Italië. Denemarken, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk hadden zich te laat ingeschreven, maar zonden de wedstrijd wel uit. Omdat zeven liedjes wat weinig bevonden werd, mocht elk land twee nummers sturen, en ze mochten door één kandidaat gezongen worden. Slechts twee landen deden dit uiteindelijk, waardoor twaalf verschillende zanger(e)s(sen) op het appèl verschenen in Lugano. Winnaar van de eerste editie werd gastland Zwitserland.
  
 
De wedstrijd begon met zeven deelnemende landen, dat werden er tien het volgende jaar. Zweden debuteerde in 1958, Monaco een jaar later. In 1960 nam Noorwegen voor het eerst deel, Finland, Spanje en Joegoslavië kwamen een jaar later. Portugal voegde zich in 1964 bij het gezelschap, Ierland een jaar later, waarmee 18 landen dat jaar meededen, een record. Malta zou debuteren in 1971, Israël in 1973. Griekenland deed voor het eerst mee in 1974, Turkije een jaar later. Pas in 1975 werd het record van tien jaar eerder doorbroken, met negentien deelnemende landen in totaal.

In 1978 werd de kaap van twintig bereikt, en tot aan de helft van de jaren tachtig waren er telkens tussen de achttien en twintig deelnemende landen. Marokko nam éénmalig deel in 1980, Cyprus debuteerde in 1981 en Ijsland kwam erbij in 1986. 1987 zag een nieuw record met 22 deelnemers.

1992 was het laatste jaar waaraan men vrijblijvend kon deelnemen. Voor de editie van 1993 hadden namelijk 29 landen zich opgegeven. Dat was wat teveel van het goede, en dus namen de zeven debuterende landen (Oostbloklanden die na de val van de Berlijnse muur toegang kregen tot “Westerse media”) Roemenië, Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Slovenië, Estland, Roemenië en Slowakije het tegen elkaar op in een halve finale gehouden in Slovenië. De top-3 (Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Slovenië) voegde zich bij de reeds 22 vaste deelnemende landen, 25 landen dus in de finale, een nieuw record. Omdat er landen buiten spoor vielen die wilden, maar niet konden deelnemen, werd beslist de laagst geplaatste landen uit te sluiten van de volgende editie. Om die reden moest België in 1994, 1997 en 2001 thuisblijven. In 1994 namen Estland, Hongarije, Roemenië en Slowakije voor het eerst deel aan de finale, net als debutanten Polen, Litouwen en Rusland.

In 1996 werd het nieuwe systeem éénmalig overboord gegooid. Enkel het gastland was al zeker van en plek in de finale. De overige 28 landen moesten doorheen een halve finale waarbij de juryleden de nummers enkel hoorden en niet zagen, de zes laagst geplaatste landen werden geëlimineerd, de anderen mochten deelnemen aan het feitelijke ESF. Omdat ondermeer Duitsland, groot ESF-kijkpubliek, bij die laatste zes was werd deze methode na één keer in de prullenbak gekieperd. 1998 was het eerste jaar voor de VJR-Macedonië. De Letten namen als laatste Baltische staat deel, vanaf 2000. Oekraïne debuteerde in 2003. Dat jaar namen 26 landen deel aan de finale, weer een nieuw record.

In 1999 werd bekend gemaakt dat vanaf 2000 naast de hoogst geplaatste landen ook het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Spanje ongeacht hun eindpositie ieder jaar mochten deelnemen. Zij werden bekend als de ‘Grote Vier’. Deze regel werd ingevoerd omdat zonder de financiële steun van één van deze vier landen het kostenplaatje van het ESF niet vervolledigd zou kunnen worden.

Opnieuw een drastische wijziging in 2004: de definitieve invoering van een halve finale, enkele dagen voor de finale in dezelfde zaal. De top-10 van het vorige jaar samen met de Grote Vier waren reeds zeker van een plek in de finale, alle andere landen moesten eerst door een halve finale waaruit de top-10 zich bij het finaleveld op zaterdagavond zou voegen. In 2004 namen 36 landen deel, waaronder 4 debuterende landen: Albanië, Andorra, Wit-Rusland en Servië & Montenegro, oftewel het restant van het oude Joegoslavië. In 2005 debuteerden Bulgarije en Moldavië. Armenië nam voor het eerst deel in 2006. In datzelfde jaar werden Servië & Montenegro twee onafhankelijke staten. Deze twee landen ‘debuteerden’ dus het volgende jaar, samen met Tsjechië en Georgië.

In 2007 namen maarliefst 42 landen deel, 28 halve finalisten dus. Dit werd op veel kritiek onthaald. En dus kwam de EBU met iets nieuws op de proppen. Een tweede halve finale, op donderdagavond, met de eerste op dinsdag. Sinds 2008 is dus enkel de winnaar samen met de ‘Grote Vier’ zeker van een plek in de finale. Andere andere landen worden willekeurig ingeloot in de twee halve finales, en uit beide halve finales gaat de top-10 door naar de finale op zaterdag. Azerbeidzjan en San Marino debuteerden dat jaar. En tot hiertoe waren dat de laatste nieuwkomers. Officieel is het absolute maximum aantal deelnemende landen 56, 51 landen hebben ooit deelgenomen aan het ESF, waaronder het niet meer bestaande Joegoslavië. Het is echter vrij onrealistisch dat de kaap van 56 landen ooit gehaald zal worden.

Doorheen de jaren is het ook gebeurd dat een land jaren wegbleef om dan (sporadisch) terug te keren. Denemarken nam niet deel tussen 1967 en 1977, maar nam sinds 1978 onafgebroken deel als het mocht. Malta nam deel in 1971, 1972 en 1975 en vertrok nadien om pas in 1991 terug te keren. De Joegoslaviërs namen niet deel tussen 1977 en 1980. Italië kapte ermee in 1997, en keerde in 2011 onverwacht terug. Monaco nam afscheid van het ESF in 1979 en keerde eventjes terug tussen 2004 en 2006 voor drie onsuccesvolle deelnames, waarna terug niet meer deelgenomen werd. Oostenrijk nam in 2011 voor het eerst deel sinds 2007. Hongarije nam niet deel tussen 1998 en 2005, Slowakije keerde in 2009 terug na 11 jaar afwezigheid. Luxemburg neemt niet meer deel sinds 1993.


Doorheen de jaren zou Ierland de meeste overwinningen in de wacht slepen, niet minder dan zeven. Luxemburg en Frankrijk elks 5 zeges, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Nederland vier. Israël, Noorwegen en Duitsland hebben drie overwinningen op hun palmares. België heeft er ééntje: de jonge Sandra Kim uit 1986 met ‘J’aime la vie’. De Ier Johnny Logan is verantwoordelijk voor maarliefst drie van de zeven zeges van zijn eiland; als zanger, als zanger-schrijver en schrijver. Gigliola Cinquetti en Elisabeth Andreassen kwamen ooit erg dicht bij een tweede overwinning voor Italië respectievelijk Noorwegen, maar konden het niet halen.

 
De eerste editie werd gehouden op donderdag 24 mei 1956. In 1957 was het een zondag, in 1958 en 1959 een woensdag in maart. De editie van 1960 werd gehouden op een maandag in maart, pas sinds 1961 is het de gewoonte het ESF op zaterdag te programmeren. Doorheen de jaren ’60, ’70 en ’80 vond de wedstrijd steeds plaats op een zaterdag in maart of april. Uitzondering was 1977: de oorspronkelijke datum van 2 april moest worden uitgesteld naar 7 mei door stakingen bij de organiserende omroep. Pas sinds 1984 werd mei de vertrouwde maand voor het ESF, al vormden de edities 1988 en 1994 nog een uitzondering op die regel. De allereerste halve finale ooit, in 1993, werd meer dan een maand voor de wedstrijd zelf gehouden, op zaterdag 3 april al. 2004 zag de definitieve invoering van de halve finale, en die werd gehouden op de woensdag voor de finale. In 2005 moest men die verplaatsen naar donderdag, door een belangrijke Europese voetbalwedstrijd op woensdag. Ook in 2006 en 2007 bleef de halve finale op donderdag staan. In 2008 kwam de tweede halve finale. Daardoor worden de halve finales uitgezonden op dinsdag en donderdag, de finale nog steeds vertrouwd op zaterdag. De vroegste datum ooit voor het ESF is 3 maart (1957), de laatste 29 mei (1999, 2010).

Voor de beginjaren is het niet helemaal duidelijk, maar voor zover bekend begon het ESF steeds om 21u centraal Europese tijd.

 
De manier van het bepalen van de winnaar is niet altijd hetzelfde geweest. Voor de eerste editie is het geheel onduidelijk hoe de landen stemden. Bekend is dat elk land (dat waren er toen 7) twee juryleden hadden die aanwezig waren in gaststad Lugano, maar het is onbekend hoe ze punten toekenden aan de liedjes. Er werd geen puntentelling gehouden, enkel de winnaar werd aangekondigd aan het einde van de show. Om diezelfde reden zijn de exacte resultaten van de eerste wedstrijd tot op de dag van vandaag onbekend.

Van 1957 tot en met 1961, van 1967 tot 1970 en in 1974 werd een systeem gebruikt dat de EBU had afgekeken bij de Britten, die dit systeem toen al in hun voorronde gebruikte. Elk land had 10 juryleden. Allemaal gaven ze één punt aan hun favoriet nummer, op het eigen land stemmen was verboden. Als alle tien juryleden dezelfde favoriet hadden, kreeg dat land 9 punten, en moest gezamenlijk een runner-up gekozen worden die het overblevende punt kreeg. Zodoende kende de Deense jury Frankrijk 9 punten toe in 1958, de Belgische jury Ierland in 1970.

In 1962, 1964, 1965 en 1966 had elk land tussen de tien en twintig juryleden, en gaven ze elk liedje een score tussen één en vijf punten, behalve het nummer uit eigen land. Die punten werden opgeteld, en het land met de hoogste totale score kreeg vijf punten, de nummer twee drie punten en de nummer drie één punt. Bij de puntentelling van 1963 werd éénmalig gekozen de top-vijf punten te laten krijgen. Het was ook mogelijk dat men voor slechts twee landen stemde; dan kreeg de winnaar zes punten en de nummer twee drie punten. Dit werd enkel gedaan door de Belgische jury in 1965.

Tussen 1971 en 1973 werd een ander systeem gebruikt. Elk land stuurde twee juryleden naar de wedstrijd zelf in het gastland. Die twee juryleden moesten bestaan uit een man en een vrouw. Het ene jurylid moest tussen de 16 en 26 jaar oud zijn, de andere tussen 26 en 55, maar er moest minstens tien jaar leeftijdsverschil zijn. De twee juryleden per land kwamen tijdens de puntentelling in beeld, en moesten elk liedje een score tussen één en vijf toekennen, behalve dat van hun eigen land. Dit garandeerde dat elk liedje punten kreeg, maar garandeerde ook een erg lang uitgerekte puntentelling, waarbij iedere keer opnieuw elk land overlopen moest worden.

Uiteindelijk werd in 1975 het systeem ingevoerd dat we vandaag nog gebruiken. De 11 juryleden gaven elk liedje een score tussen één en vijf, en die werden opgeteld. De winnaar kreeg 12 punten, de nummer twee 10 punten, de nummer drie 8 punten, enzovoort tot de nummer tien die 1 punt kreeg. Tussen 1975 en 1979 werden de punten gegeven op volgorde van startpositie, en dus niet van 1 tot 12, dit is pas sinds 1980. De spokesperson in elk land zei het land en het aantal punten dat het land kreeg in het Engels of het Frans, de presentator of presentatrice herhaalde dit in het Engels én het Frans. Tot aan 2004, toen het enkel nog in de andere taal herhaald werd. In 2006 onderging de puntentelling een nieuwe grote wijziging: sindsdien worden de eerste zeven punten van elk land slechts eventjes getoond op het scherm, en leest de spokesperson enkel nog de 8, 10 en 12 punten voor, en enkel die worden nog herhaald door de presentator of presentatrice in de andere taal.

Voor de halve finales worden traditioneel enkel de 10 finalisten in willekeurige volgorde aangekondigd. De exacte resultaten van de halve finales worden pas na de finale bekend gemaakt op de website van het ESF. In 2004 werden echter na de bekendmaking van de 10 gelukkigen de exacte resultaten van de niet-geplaatste landen getoond. Tot aan 2007 liet men bij de inloting van de finale tien plekken leeg die dan werden ingenomen door halve finalisten, en op volgorde van willekeurig aankondigen tijdens de halve finale zelf. Sinds 2008 trekken de kandidaten zelf in de persconferentie na de halve finale hun startpositie op zaterdag.

Na de massale kritiek op de overwinning van een ‘ouderwets’ nummer in 1996, onderging de wedstrijd in 1997 misschien wel z’n grootste verandering ooit: de invoering van televoting. Men kon van thuis uit de winnaar bepalen. In 1997 deden vijf van de vijfentwintig landen (Verenigd Koninkrijk, Zweden, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland) dit op proef, in 1998 volgden zogoed als alle andere landen. Tot aan 2003 was men vrij om te kiezen of men een vakjury, televoting of een mix daarvan gebruikte. In 2004 maakte de EBU televoting in alle landen verplicht, al gebeurde het meer dan eens dat Albanië of Monaco een vakjury gebruikte wegens te weinig inkomende stemmen. Televoting werd in het begin met gejuich onthaald, maar al gauw verguisd wegens de massale stemmen op buurlanden en nog veel meer voor de zogenaamde diasporastemmen: immigranten die stemmen op hun land van oorsprong. Denk maar aan de eeuwige Belgische televoting top-3 Turkije - Armenië - Griekenland. De EBU buigde in 2008 voor de kritiek en gaf de vakjury’s terug (zeer bescheiden) verantwoordelijkheid: in de halve finales mochten zij de tiende finalist bepalen. Voor de rest bleef alles televoting. Een jaar later werd dit uitgebreid en moest elk land in de finale 50/50-stemming gebruiken. Dit betekent dat de punten van televoting én een vakjury werden opgeteld, en het land met de meeste stemmen de uiteindelijk twaalf kreeg enzovoort. In het geval van een gelijkstand krijgt televoting voorrang. In 2010 werd 50/50-stemming ook in de halve finales geïntroduceerd.

 
Om de zogenoemde ‘taalregel’ is al heel wat te doen geweest op ESF-gebied, en nog steeds is dat zo vandaag. In de beginjaren was het de evidentie zelve dat men zong in een officiële landstaal, voor België het ene jaar dus in het Frans, het andere jaar in het Nederlands. Toen Oostenrijk hun inzending in 1963 gedeeltelijk en Zweden de hunne in 1965 volledig in het Engels brachten, legde de EBU regels op die zeiden dat elk land in de landstaal moest zingen. Deze regel werd in 1973 afgeschaft, maar na drie opeenvolgende Engelstalige winnaars terug ingevoerd in 1977. Slechts drie landen kregen voor dat jaar uitzonderlijke toestemming toch vrije keuze te hebben omdat hun selectieprocedures al te ver gevorderd waren: Zwitserland, dat uiteindelijk toch besloot in een landstaal te zingen, Duitsland en België.

De jaren ’90 zagen de kritiek op deze taalregel gestaag groeien: Engelstalige landen het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Malta eindigden steeds in de top-10 doordat iedereen Engels begrijpt. In 1999 werd de taalregel dus definitief afgeschaft, en heeft men de vrije keuze. Dus ook om deze taalregel vast te houden. Portugal en Spanje sturen ieder jaar nog een nummer in de eigen taal. Frankrijk zondigt ook zelden, net als VJR-Macedonië, Bosnië-Herzegovina en Servië. Verschillende landen (Albanië, Ijsland, Slovenië, Kroatië, Zweden, ...) kiezen en/of kozen in hun voorronde in de eigen taal, maar lieten de artiesten hun nummer naar het Engels vertalen voor het ESF als ze dat wilden.

Door de volledig vrije taalkeuze moest men dus niet in een landstaal, maar ook niet persé in het Engels zingen. De Bosnische inzending in 1999 bevatte vele Franse woorden, de Duitse inzending van dat jaar werd gebracht in het Engels, Duits, Turks en Herbreeuws. De Cypriotische Evridiki zong haar bijdrage in 2007 volledig in het Frans, en ook de Litouwse inzending van 2011 bevatte Franse stukken, evenals de titel. Kate Ryan voor België in 2006 en Hera Björk voor Ijsland in 2010 brachten nummers met een Engelstalige tekst, maar een Franse titel, en zo zijn er nog voorbeelden. Tenslotte zijn er ook al drie inzendingen geweest in denkbeeldige talen, alledrie door België en Nederland: de groep Urban Trad bracht ‘Sanomi’ in 2003 voor België, Treble voor Nederland in 2006 met ‘Amambanda’ en opnieuw België in 2008 dankzij Ishtar en hun ‘O Julissi’.

  
Het ESF gaat ook steeds mee met z’n tijd als het op nieuwe ontwikkelingen aankomt, om bij de tijd te blijven: sinds 1968 wordt het festival in kleur uitgezonden. Dit leidde er ondermeer toe dat gastland in 1969 Spanje kleurencamera’s moest huren van Duitsland omdat ze zelf nog niet over deze apparatuur beschikten. 1987 zag de intrede van laserstralen op het ESF-podium, een jaar later werd de videomuur voor het publiek ingevoerd, evenals het computergestuurde scorebord. Sinds 2000 wordt jaarlijks een officiële cd uitgebracht met alle deelnemende nummers, sinds 2004 verschijnt er ook ongeveer een maand na de wedstrijd de officiële dvd met de volledige shows. In 2011 kwam er een Blu-Ray bij, waardoor het ESF ook in HD te herbekijken valt.

Voor het eerst werd geen orkest gebruikt in 1973 bij de Britse inzending. In de jaren ’90 kozen steeds meer landen ervoor geen orkest maar muziek op band te gebruiken. In 1999 werd het orkest definitief afgeschaft, om de kosten voor de organisatie te drukken. Het gebruik van live instrumenten werd verboden in 2005. Sindsdien is dus alle muziek op voorhand opgenomen, alle stemmen echter zijn nog steeds live.

 
Hoe moeilijk Europa het ook had in de twintigste eeuw, en welke conflicten dan ook optraden, het Eurovisiesongfestival vond elk jaar plaats, al waren er soms wel verwijzingen naar die conflicten. In 1964 was een demonstrant te zien met een bord tegen de Spaanse en Portugese dictators Franco en Salazar. De editie van 1969 werd gehouden in de toenmalige dictatuur Spanje, en om die reden bleef Oostenrijk thuis dat jaar en hadden verschillende andere landen overwogen dat te doen. De wedstrijd van 1971, die in Ierland plaatsvond, werd gekenmerkt door de Noord-Ierse deelneemster die deelnam voor het Verenigd Koninkrijk. De Portugese inzending uit 1973 was een regelrechte aanval op het dictatoriale regime in dat land, de inzending van 1974 wierp dat systeem eigenhandig omver, waardoor dat het enige ESF-nummer ooit is een revolutie te hebben veroorzaakt. De Griekse bijdrage uit 1976 was één grote verwijzing naar de Turkse invasie van Cyprus. Turkije moest gedwongen thuisblijven in 1979. De wedstrijd vond dat jaar plaats in Israël en verschillende landen uit het Midden-Oosten dreigden Turkije geen olie meer te geven als het land zou deelnemen aan een wedstrijd in aartsvijand Israël. Uit protest kwamen de Turken het volgende jaar met het nummer ‘Petr’oil’. In 1982 was het Verenigd Koninkrijk verwikkeld in de Falklandoorlog met Argentinië, en datzelfde jaar was het ook het gastland voor het ESF. Vrienden van Argentinië Spanje kwamen met een nummer over de Argentijnse dans de tango op de proppen. De inzending van het Verenigd Koninkrijk in 1984 werd uitgejouwd door het gedrag van Britse hooligans het jaar voordien. Na de val van de Berlijnse muur eind 1989 gingen verschillende bijdragen in 1990 over de val van die muur en de eenmaking van Europa. De editie van 1993 kreeg meer media-aandacht dan ooit door de deelname van ondermeer Kroatië en Bosnië-Herzegovina, toen verwikkeld in de Balkanoorlog. De Israëlische groep Ping Pong wist er in 2000 niet beter op dat met vlaggen van aartsvijand Syrië te gaan zwaaien op het ESF-podium. De bijdrage van gastland Oekraïne in 2005 ging over de Oranje Revolutie die het land eind 2004 doorgemaakt had. Israël deed in 2007 opnieuw wenkbrauwen fronsen met het nummer ‘Push The Button’, en ook hun bijdrage in 2009 was politiek getint. Wit-Rusland, de laatste dictatuur in Europa, kwam in 2011 met het zelfverheerlijkingsnummer ‘I Love Belarus’.


De grootste internationale successen die de wedstrijd heeft voortgebracht zijn ABBA en Céline Dion. Artiesten die toen of later sterren zouden worden of al waren en deelnamen aan het ESF waren ondermeer Domenico Modugno, Matt Monroe, Cliff Richard, Vicky Leandros, Olivia Newton-John en iets meer bescheiden Bucks Fizz, Gina G en Alexander Rybak.

 
Qua kijkersaantal is bekend dat het ESF sinds jaar en dag de meest bekeken muziekshow ter wereld is. Anno jaren ’70 werd de wedstrijd letterlijk over de hele wereld uitgezonden, tot in Zuid-Amerika en de Sovjet-Unie toe, met kijkcijfers tot aan de 500 miljoen. In 1983 werd de wedstrijd voor het eerst uitgezonden in Australië. Rond de eeuwwisseling daalden de kijkcijfers, met slechts zo’n 60 miljoen kijkers in 2003. Het festival van 2009 staat daarentegen in het Guiness World Book of Records voor meestbekeken muziekshow ter wereld, met 124 miljoen kijkers.

Zijn er nog onderdelen waar u meer over wilt weten? Stuur uw suggestie naar info@eurovisionbelgium.be en vermeld over wel thema je nog meer wilt weten. Wij nemen het in overweging en proberen het binnen een termijn van 7 dagen online te zetten. Met dank aan Jonathan Hendrickx.